BESTE LID, HIER KAN U Nog geen lid? REGISTREER HIER

Van solidariteit naar strijd in de zorg?

Van solidariteit naar strijd in de zorg?

De functieomschrijvingen in het nieuwe loonmodel voor de zorgsector doen zorgverleners onrecht aan. Mochten ze zich eraan houden, dan zou de kwaliteit van de zorg fors dalen, denken Anneleen Giedts en Marijke Schotsmans (Alexianen Zorg-groep Tienen).

 

In de laatste weken worden wij, werknemers binnen ziekenhuizen, geconfronteerd met IFIC, het nieuwe loonmodel voor de zorgsector. Het doel van dit nieuwe loonmodel is de opwaardering van de zorgberoepen. Het uitgangspunt is daarbij niet meer het behaalde diploma, maar wel het takenpakket op de werkvloer. In de praktijk betekent dit dat zorgberoepen ingedeeld worden in een classificatie van 1 tot 20. Voor elke klasse werd een concrete functieomschrijving uitgewerkt en het aanvangsloon van starters zou hoger liggen. Eindelijk de erkenning die we zochten. Of toch niet helemaal, zoals ons nu duidelijk wordt.

Op de werkvloer zien we dat een aantal beroepsgroepen zoals verzorgenden, de poetsdienst, ergotherapeuten, technische en IT-diensten grotendeels wel varen bij dit nieuwe loonmodel. Zij worden opgewaardeerd wat betreft loon, hoewel het meestal gaat om een vrij bescheiden winst. Ook al gaan deze werknemers er financieel op vooruit, hun functieomschrijving is niet echt waarderend te noemen – verzorgenden geven onder andere de bloemen water en ergotherapeuten worden afgeschilderd als activiteitenbegeleiders. Hier zien we het eerste grote probleem van het nieuwe model: de functiebeschrijvingen zijn gedateerd, onvolledig en doen onrecht aan de grote kennis en kundigheid die ons allen gevraagd wordt als zorgverlener.

Daarnaast blijkt IFIC vooral een schot in de portemonnee, eerder dan een schot in de roos. Werknemers die hoger opgeleid zijn of specialisaties hebben gevolgd, worden als het ware afgestraft. Voor bijvoorbeeld kinesisten, psychomotorisch therapeuten, muziektherapeuten, psychologen, gespecialiseerde verpleegkundigen, administratieve krachten en onthaal- en stafmedewerkers spreken we over loonverlies oplopend tot 240.000 euro op de resterende loopbaan. Foutieve inschalingen? Of toch ook lagere loonbarema’s?

Gouden kooi

Voor sommigen spreken we over loonverlies oplopend tot 240.000 euro op de resterende loopbaan

We gaan niet klagen over ons loon. Huidige werknemers hebben de keuzevrijheid om wel of niet mee te doen. We kunnen dus onze huidige financiële regeling behouden, maar dat betekent wel dat we nooit meer van job kunnen veranderen, want elke verandering betekent een automatische instap. Een gouden kooi dus. Nieuwe collega’s starten sowieso binnen IFIC. Waar we ons het meest zorgen over maken is dus niet ons eigen loon – hoewel een correcte verloning een belangrijke vorm van valorisatie van ons werk is. We maken ons grotere zorgen om wat de gevolgen van dit systeem zijn voor de toekomst van de zorgsector.

We vrezen een strijd tussen zorgverleners. Hoewel wij het doel van IFIC – bepaalde onterechte verschillen wegwerken – helemaal steunen, zien we dat verschillen extra benadrukt worden door de nieuwe classificatie. Elke beroepsvereniging trekt voor zichzelf ten strijde tegen IFIC, collega’s vechten (terecht) voor hun individuele dossier en beroepsgroepen vergelijken zichzelf met elkaar. De grote onderlinge solidariteit waarvoor de sector gekend staat komt onder druk te staan. We beseffen dat het een onmogelijke opdracht is om voor elke functie binnen de gezondheidszorg een specifieke omschrijving op te stellen. De huidige classificatie doet echter aan zovelen met al hun expertise en engagement onrecht. Wanneer zorgverleners zich effectief zouden houden aan deze nieuwe functieomschrijving, is een forse daling van de kwaliteit van zorg te verwachten.

We vrezen voor een verschraling van de gezondheidszorg. Want wie zal er nog zin hebben om een bachelor of master te gaan studeren wanneer er geen uitzicht is op een job met een navenante verloning? Wie kan zich nog motiveren om verder te specialiseren? We vrezen dan ook voor een braindrain naar de privésector. Of is dat misschien de verborgen agenda: een volledige privatisering van onze gezondheidszorg?

Wat we nog het meest vrezen, zijn de gevolgen voor onze patiënten, want naast kwaliteitsverlies volgt een nog grotere kloof tussen arm en rijk. Wie gaat nog zorgen voor de kwetsbare mensen? Waarom zou je als patiënt, indien je het jezelf kunt veroorloven, je zorg niet elders gaan halen. Ergens waar gespecialiseerde hulpverleners correct verloond worden – dat zal dan in de privésector zijn.

Wij zijn bevreesd. Voorlopig kunnen we beroep indienen. Intern, tegen onze eigen werkgever. We kunnen bepleiten waarom we niet thuis horen in een bepaalde klasse. Later extern, bij IFIC zelf. Ieder voor zich, weliswaar.

We staan er alleen voor. Waar zijn de vakbonden? De werkgevers? Juist. Zij hebben dit nieuwe model onderhandeld. De overheid heeft dit ‘afgeklopt’. Gelukkig staan we tussen onze patiënten, waar het uiteindelijk om gaat. We willen niets liever dan ons huidige engagement voortzetten.

We vinden de tijd rijp om onze sterkte te tonen: solidariteit. Zullen we allemaal samen de handen in elkaar slaan en weerstand bieden aan wat hier te gebeuren staat? Durven we samen aan de overheid te vragen om dit nieuwe loonmodel te herbekijken? Gaan we er samen – werknemers, werkgevers en vakbonden – voor om ons engagement in leven te houden? Dat zou pas kwaliteit zijn.

Voor het origineel artikel: